4. De parlementair- democratische praktijk

 

Het bovenstaande was dus het ideaal dat de Waag voor ogen had. Een eenheid van het volk geregeerd door een autoritaire regering, gedragen door de volkswil. Maar de Waag was meer dan deze theorie. Het was tevens een journalistiek tijdschrift met aandacht voor de wekelijkse politieke actualiteit. Deze werd natuurlijk bekritiseerd, maar de maar niet alleen in negatieve zin. In ieder geval kwamen die kritieken wat minder stellig en een stuk redelijker over dan de ‘studeerkamerstukken’ over dan de democratische en organische theorieën van Wigersma.

In de Binnenlandse Kroniek werd vooral de gang van zaken bekritiseerd met de theorie in het achterhoofd in plaats van op de voorgrond. Die kroniek vormt dan ook een interessante bron omdat zij de idealen projecteerde op de politieke realiteit. De kroniek hield het midden tussen politieke verslaggeving en een hoofdredactioneel commentaar, met ruimte voor kritiek, maar soms ook met welwillendheid voor de politieke gang van zaken in Nederland.

H. Colijn (Foto: wikipedia)In de periode 1937-1939 was er dan ook genoeg te bespreken: er werden twee keer verkiezingen gehouden: Kamerverkiezingen in 1937 en Provinciale Statenverkiezingen in 1939. Nederland kende in deze roerige periode van oorlogsdreiging vier kabinetten: Colijn III (31 juli 1935 tot 24 juni 1937), Colijn IV (24 juni 1937 tot 25 juli 1939), Colijn V (25 juli 1939 tot 10 augustus 1939) en De Geer II (vanaf 10 augustus 1939).[1] De verwikkelingen rond deze kabinetten werden door de chroniqueurs dan nauwgezet gevolgd. In het onderstaande zal ik ingaan op de commentaren bij de verkiezingen en de politieke crisis van 1939.

4.1 De Tweede Kamerverkiezingen van 1937

De verkiezingen van 26 mei 1937 bood De Waag de kans om de dagelijkse gang van zaken in de Nederlandse parlementaire democratie extra te becommentariëren. De houding was kritisch, de commentator zag de verkiezingstrijd als ‘Nederland op zijn smalst’, zoals ‘altijd’ gingen partijbelangen voor landsbelangen. Weliswaar was de verkiezingstrijd nog niet gedaald tot de latente staat van burgeroorlog, zoals enkele jaren daarvoor in Duitsland en Oostenrijk en in het ‘toenmalige’ Frankrijk. Maar het had ook zeker niet het niveau van de Britten, die, volgens de commentator, zonder een blad voor de mond te nemen altijd ‘fair play’ speelden en het besef hielden van een onderlinge verbondenheid door het ‘gemeenschappelijke burgerschap’.[2]

Bij de verkiezingen wonnen zowel de RKSP als de AR onder Colijn ‘als leider van ons volk’ 3 zetels.[3] Dat koningin Wilhelmina na de verkiezingen een relatief open opdracht aan Colijn gaf – het vormen van ‘een kabinet’ – verheugde de Waag zeer. De commentator hoopte dat Colijn die kans zou grijpen om vooral personen in zijn kabinet op te nemen op basis van hun bekwaamheid in plaats van politieke gelieerdheid. Niet lang voor de verkiezingen had Colijn zelf namelijk, tot genoegen van de chroniqueur, in een interview met de Provinciale Pers gesproken van een ‘scheef getrokken parlementarisme’, en De Waag hoopte dan ook dat dit door Colijn recht getrokken zou worden.[4]

De winst van Colijn bij de verkiezingen – die zoals partijgenoot De Wilde op een partijbijeenkomst in Den Haag gezegd zou hebben, ‘thans heeft de Anti-revolutionaire Partij 5 zetels meer dan er anti-revolutionaire kiezers zijn’ – moest volgens het blad toch vooral gezien worden als een ‘vertrouwensvotum’ voor Colijn en niet als winst voor de antirevolutionairen. Ook was geen ‘kleurloos middenstof’ – zoals een CHU politicus het minachtend had genoemd – die als niet antirevolutionairen op Colijn hadden gestemd, volgens De Waag waren dit personen uit een groeiende groep van mensen die bewust hun ‘ziel en zaligheid niet aan één partij verpanden’. De uitslag van de verkiezingen had van Colijn’s partij niet de sterkste fractie, maar wel het grootste persoonlijk succes gegeven. Volgens De Waag was eenderde van stemmen niet door partijaanhangers maar een persoonlijke stem op Colijn zelf geweest. De Waag hoopte dat Colijn als formateur rekening zou houden met deze kiezers en zou komen tot het samenstellen van een krachtige kabinet bestaande uit bekwamen en ondernemende mannen, die tevens bereid ware ‘de groote levenswaarden van het christendom te schragen, te handhaven en te versterken’. Dat soort mannen waren er volgens het blad voldoende ook buiten de groep politieke ‘gedetermineerden’.[5] Aan het hoofd van de departementen zouden dan kundige functionarissen moeten komen te staan. Hierbij moest niet gekeken worden naar afkomst of politieke kleur, geen enkele bevolkingsgroep, katholiek noch protestant, rechtzinnig noch vrijzinnig, heeft het monopolie op ‘bekwame hoogstaande mannen’. De noodzaak was volgens de commentator dan ook groter dan ooit dat de bekwaamste mannen nu benoemd worden om de moeilijkheden van deze tijd – de werkeloosheid, toestand van de geldmiddelen, afzet van de productie – het hoofd te bieden.[6]

Vlak voor de formatie afliep kwam De Waag dan ook met een in grote letters afgedrukt stuk onder de titel ‘Op den Driesprong’: “De huidige kabinetsformatie in Nederland ontleent haar buitengewoon belang minder aan de nood van het ogenblik, maar aan de toekomst van het staatsbestel.” De democratie bevond zich, volgens de Waag, in een crisis en Nederland wordt van binnen en buiten bedreigd. Colijn moest dus iets doen aan het ‘doorgetrokken parlementarisme’ en moest zeker niet als ‘mandataris van politieke groepen’ optreden. Meer dan ooit had Colijn het gezag om voor de Tweede Kamer te verschijnen men met een regeringsploeg die bestond uit hoogstaande mannen en een vertrouwenwekkend programma. “Aan de huidige formateur thans de taak, de verschillende krachten [in de samenleving] te coördineren en aldus, niet in een georganiseerd, maar in organisch verband tot ’s lands belang werkzaam te doen zijn.”[7] De teleurstelling was dan ook groot, dat Colijn een paar dagen later met een partijpolitieke rechtse regering kwam.[8]

4.2 De provinciale verkiezingen van 1939

In 1939 werden er opnieuw verkiezingen gehouden, dit maal voor de provinciale staten. De verkiezingen waarbij in 1935 de NSB acht procent van de stemmen had weten te behalen. Veel meer dan in 1937 hield een begrijpelijke vraag de lezers en redacteuren van De Waag bezig: “hoe moeten wij bij de eerstkomende verkiezingen stemmen?”[9] C.C. Küpfer op dat moment hoofdredacteur en schrijver van de Binnenlandse Kroniek, weigerde echter een echt stemadvies te geven. In de eerste plaats met een principieel argument er kon alleen maar gestemd worden op ‘partijmannen’ en daarmee dus automatisch op een van de verfoeide partijen: “Als er moet worden gekozen, en dat behoort volgens onzen gedachtegang zeker het geval te zijn, want ook wij willen een democratische regering, berustende op den volkswil en geen ouderwetse autocratie of despotie, dan wenschen wij voor onze vertegenwoordigers de beste Nederlanders te kiezen. Niet de beste d.w.z. de handigste partijpolitici, de menschen met de slimste beloften, met de grootsten mond, de stevigste connecties.” Natuurlijk stonden er volgens De Waag wel een aantal bekwamen mannen op de lijsten, maar in het huidige systeem geef je je stem dan aan zijn partij en niet aan de bekwame kandidaat persoonlijk. Het partijmechanisme oefent wel een selectie uit, maar daarmee worden juist zij die het landsbelang in zijn volledigheid wensen te erkennen van verkiesbaarheid uitgesloten. Stemmen is instemmen met het systeem en het doel van de waag is niet het systeem oplappen met betere mensen, maar het systeem op te heffen ‘naar een hoger doel’. Daarom richten ze ook geen Waagpartij op, dat zou namelijk een erkenning van het huidige systeem betekenen.[10]

Blanco stemmen werd als mogelijkheid geopperd, maar dan alleen als dat massaal zou gebeuren. ‘Heeft eenmaal de gedachte der volkseenheid (…) ingang gevonden, dan zal de massale onthouding als een overweldigende motie van wantrouwen in het regeringssysteem gaan gelden. Dan is de regering over gegaan in een referendum, de ware volkstemming!’ Maar ook De waag achtte dit op dat moment uitgesloten.[11] Een uiteindelijk stemadvies is er dan ook niet gekomen.

4.3 De kabinetscrisis van 1939

De partijendemocratie is nog onmogelijker dan “een schip met een aantal scheepskapiteins, die naar verschillende havens willen sturen. Hoe knap deze kapitein overigens ook mogen zijn, het schop zou in geen enkele haven komen en op doelloze wijze op de oceanen heen en weer zwalken”, schreef Wigersma na de provinciale verkiezingen van 1939.[12] In 1939 kwam de ‘ellende’ van deze partijendemocratie voor De Waag steeds meer in het zicht. Als gevolg van de kwestie Oss/Goseling raakte het kabinet in een diepe crisis. Voor de Waag was dit reden om opnieuw om een zakenkabinet te roepen.[13] In de nieuwe onderhandelingen (er zou een kabinet gevormd worden zonder nieuwe verkiezingen – aangezien het vorige was gevallen door interne conflicten en niet wegens gebrek aan wantrouwen in het parlement) was er geen tijd voor de regering van het compromis, geen tijd voor ‘voorzichtigheid en vriendschappelijke vijandigheid’ en zeker geen plaats voor de SDAP.

‘Wat wij in de besprekingen over deze crisis missen, is het inzicht dat het staatsbeleid één geheel moet zijn, dat de totale volkskracht het doel der regering vormt en niet bepaalde brokjes, zoals de opheffing van de werkloosheid’. Nee die crisis ‘geeft een duidelijk beeld hoezeer juist de partijen-democratie de regering door het volk tot een fictie heeft gemaakt.’ Achter de schermen werd op voor het volk totaal geheimzinnige wijze onderhandeld.[14]

In deze periode zie je een sterkere verhouding tussen de theoretische verhandelingen van Wigersma en de actuele politieke verhoudingen ontstaan. Er wordt in de actuele beschouwingen steeds meer verwezen naar de eigen autoritaire theorieën. De Waag maakte zich dan ook grote zorgen, want terwijl het land in zulke moeilijke tijden verkeerde, economische problemen en de oorlogsdreiging, werd het door de crisis niet geregeerd.[15] Toch gaven de verschillende formaties steeds een sprenkeltje hoop dan er nu echt iets zou gaan veranderen. En over de geboorte van het vijfde kabinet Colijn de Waag ronduit enthousiast. Ten eerste omdat het land weer geregeerd kon worden en ten tweede heeft ‘niet de kwantitatieve sterkte van deze of gene partij de doorslag gegeven, maar slechts de kwaliteit en de eenheid van het program. Geheel en al in overeenstemming met wat de Waag beoogt’. Voor de Waag was dit een zeer belangrijke stap in de goede richting, want in ernstige tijden moet een regering instaat zijn tot ferme maatregelen. Even dacht de Waag zelfs dat er sprake zou zijn van de ‘zelfopheffing der parlementaire democratie’.[16] Net als na de formatie van Colijn IV was de teleurstelling van De Waag groot dat het vijfde Kabinet-Colijn al na twee dagen viel, opnieuw een historische kans voorbijgegaan. Het was een belediging van de Koningin, dat een in opdracht van haar gevormde regering zomaar heeft weggestemd.[17]

Wat duidelijk wordt is dat De Waag relatief veel vertrouwen had in de persoon Colijn. Zijn uitspraken werden regelmatig met vreugde begroet. De Waag zag in Colijn de mogelijke sterke man. Dit bleek echter na de verschillende formaties een illusie te zijn. De Waag zei overigens expliciet dat de lezer niet moest concluderen dat het blad een grote liefde voor Colijn had. ‘Wel zijn wij de meening toegedaan dat een man als [Colijn] zich bevrijdt van de molensteen der parlementaire democratie, tot een waren regeerder zou kunnen verheffen (…), maar onder de huidige omstandigheden dwingt het lot hem tot een uiterst dubbelzinnige houden. (…) De mechaniek der partijdemocratie maakt den greep naar het volle landsbelang tot een ijdele poging.’ [18]

Na het mislukte kabinet Colijn-V veranderde er veel in de rubriek, de commentaren werden bitterder en minder actueel. De nieuwe redactie was duidelijk fanatieker en meer gericht op het nationaal-socialisme. De binnenlandse kritiek werd voortaan volgeschreven door Tobie Goedewaagen. Die zich daarbij venijnig opstelde tegen de oproerkraaiende Nederlandse pers, die, wat Goedewaagen betreft, zo snel mogelijk onder controle van de staat gebracht moest worden.[19] Ook keerde Goedewaagen zich tegen de culturele uitingen uit het buitenland, die tegen de Nederlandse volksgeest ingaan.[20] En pleitte hij voor een nieuw orde van tucht, gebondenheid en arbeid.[21]

Lees verder: 5. Conclusie


[1] L. De Jong, Voorspel (1969), Bijlage.

[2] De Waag, Binnenlandse Kroniek, 1 mei 1937.

[3] J. Bosmans, ‘Het maatschappelijk-politieke leven in Nederland 1918-1940, in: Algemene geschiedenis der Nederlanden, 14, nieuwste tijd (Haarlem 1979) 200-254, aldaar 230-31.

[4] De Waag, Binnenlandse Kroniek, 26 mei 1937.

[5] Idem. 26 mei.

[6] Idem, 12 juni.

[7] Idem, 19 juni

[8] Idem, 26 juni.

[9] C.C.K., ‘Binnenlandse kroniek’, De Waag 1934, 2 maart 1939.

[10] C.C.K., ‘Binnenlandse kroniek’, De Waag 1934, 2 maart 1939.

[11] C.C.K., ‘Binnenlandse kroniek’, De Waag, 2 maart 1939.

[12] Wigersma, ‘Hoe moesten wij stemmen? De komende nationale democratie’, in: De Waag, 23 maart 1939.

[13] C.C.K. ‘Binnenlandse kroniek’, De Waag, 6 juli 1939.

[14] C.C.K. ‘Binnenlandse kroniek’, De Waag, 13 juli 1939.

[15] C.C.K. ‘Binnenlandse kroniek’, De Waag, 20 juli 1939.

[16]C.C.K. ‘Binnenlandse kroniek’, De Waag, 27 juli 1939.

[17] C.C. Kupfer, ‘Binnenlandse kroniek’, De Waag, 3 augustus 1939.

[18] C.C. Kupfer, ‘Binnenlandse kroniek’, De Waag, 3 augustus 1939.

[19] T.G., ‘Binnenlandse kroniek’,De Waag 19 oktober 1939

[20] T.G., ‘Binnenlandse kroniek’, De Waag 9 november 1939.

[21] T.G., ‘Binnenlandse kroniek’,De Waag 5 oktober 1939




    Geef een reactie

    Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

    WordPress.com logo

    Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

    Twitter-afbeelding

    Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

    Facebook foto

    Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

    Google+ photo

    Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

    Verbinden met %s



%d bloggers op de volgende wijze: